Skip to content

Spirituele taal: ‘moeten’ mag niet

En proberen moet je (pardon, mag je) vervangen door doen. Proberen bestaat niet. Als je het woordje ‘maar’ gebruikt, dien je dat te vervangen door ‘en’. En meer van dat soort taalmishandeling.

Er is een reden dat er woorden bestaan zoals ‘moeten’, ‘proberen’ en ‘maar’. Die woorden drukken iets uit wat valide is: jouw staat van zijn op dat moment. Het werkt niet als je ze gaat censureren omdat anders de spirituele politie komt en zegt: ‘het is misschien heel flauw dat ik het zeg, maar je ‘moet’ wel veel van jezelf, he?’.

Oké, ik geef toe, ik moet even ventileren. Of nou ja, dat mag ik, maar op dit moment voelt het als moeten. Daar kom ik op terug.

De valkuil in deze spirituele taal(mishandeling) is dat het niet gaat om de woorden zelf, het gaat om de energie erachter. Als die energie zelfmishandeling is, ja, dan ‘moet’ je veel van jezelf. Als die energie belemmerend is, vastzit in slachtofferschap, ja, dan gebruik je veel het woord ‘maar’ om aan te geven waar de grens ligt van wat je kunt doen. In de zin van: ‘ja, maar’. Als je zegt dat je iets gaan proberen, terwijl daar niet een intrinsieke motivatie achter zit, dan blijft het bij proberen, en dat is geen doen.

Het punt is alleen, op het moment dat je alleen je taal gaat aanpassen omdat het niet spiritueel is om dit soort woorden te gebruiken, dan sla je de plank mis. De beperkende energie erachter is dan nog steeds hetzelfde en zoekt wel weer een andere uitlaatklep dan de woorden ‘moeten’, ‘proberen’ en ‘maar’. De wond is er nog, je hebt er alleen een suikerlaagje overheen geplakt. (He getver, die metafoor werkte niet helemaal.)

Ik hou van taal, dus als de taal wordt mishandeld en vervormd tot een wollig spiritueel gedoetje vol regenbogen en eenhoorns, dan ben ik daar een beetje allergisch voor. Taal drukt de energie erachter uit, in het beste geval. Dat is het hele doel van taal. Taal kan tekort schieten, want de energie erachter is veel complexer dan de taal zelf. Dat is de beperking van taal. Toch kun je, door taal kunstig te gebruiken, precies uitdrukken wat de energie erachter is. Als een code van wegwijzers die je ‘door de pagina’ heen laten vallen, naar de ruimte tussen en achter de zinnen. Tussen de regels doorlezen, zeg maar.

Wat is de energie achter deze blog? Je kunt misschien frustratie voelen, maar ook verzachting, inzicht en zelfbekrachtiging. Dit betreft een situatie die ik gisteren heb meegemaakt in mijn opleiding, waarin ik werd gewezen op mijn gebruik van het woord ‘moeten’. Als in ‘je moet wel veel van jezelf, he?’ Door deze blog te schrijven ventileer ik mijn emoties, aangezien schrijven (taal) mijn manier is om weer in balans te komen – dus een ode aan de taal, en alle woorden die bestaan. Eens zien, hoe kan ik mijn punt het beste duidelijk maken? Waar zit de spirituele mythe, welke stappen werden er overgeslagen toen ik gisteren op een spirituele taalbarrière stuitte?

Elke staat van zijn kan uitgedrukt worden in emoties, en die emoties kunnen weer worden vertaald naar woorden. Elke staat van zijn is valide. Dat wil zeggen: een logisch en begrijpelijk gevolg van de gebeurtenissen die tot die staat van zijn hebben geleid. Iets valideren betekent dat je zegt dat het er mag zijn, dat het bestaansrecht heeft. Het is de absolute eerste stap van heling.

Als ik bijvoorbeeld voel dat het belangrijk is dat een opdracht klopt, omdat ik anders niet weet wat ik ‘moet’ doen (dat zei ik dus tegen mijn docent), dan drukt dat op dat moment mijn verwarring uit, en mijn kernwaarde dat de regels van een instituut moeten kloppen, wil ik me eraan committeren. Dat ik te horen kreeg dat ik wel erg veel ‘moet’ van mezelf, is daardoor invaliderend. Het gaat voorbij aan de staat van zijn die tot dat woord ‘moeten’ heeft geleid, en het veroordeelt de oppervlakkige dimensie van de woorden die ik eraan geef, zonder mijn onderliggende redenen voor het gebruik van dat woord te erkennen.

Het is makkelijk om in te zien dat het woord ‘moeten’ altijd een negatieve bijklank heeft. Het is makkelijk om de spirituele meerwaarde van het woord ‘mogen’ in te zien, aangezien dat veel zachter is, en alle controle-issues eruit zijn gefilterd. Het punt is, als je midden in die negativiteit zit (wat valide is, want er is een reden voor dat je een controle-issue hebt), is woordengymnastiek wel het laatste waar je aandacht aan wilt geven. Een half-bewuste geconditioneerde impuls van zelfcensurering door een soort mindgame van spirituele woorden te spelen (wat ik vervolgens dus deed), is een verstrooiing van onze aandacht. Het leidt af van het aandachtspunt van de heling zelf. Datgene dat achter de woorden zit, datgene dat gevalideerd wil worden. Dit is de valkuil van spiritueel taalgebruik. Het vervormt en bedekt een niet-getransformeerde staat van zijn, in plaats van dat het een getransformeerde staat van zijn uitdrukt. Het probleem wordt daardoor alleen maar erger. Het wordt bedekt met een suikerlaagje.

Laat ik het woord ‘moeten’, dat ik in deze blog als voorbeeld heb genoemd, valideren. (Begrijpelijk maken.) Dan kun je hetzelfde doen met de rest.*

Waarom gebruiken we het woord ‘moeten’? Welke energie drukt dit uit? Je moet iets van iemand anders, of van jezelf. En waarom moet je iets van jezelf? Omdat iemand anders je ooit de boodschap gegeven (bewust of onbewust) dat dit goed is, of dat het tegenovergestelde slecht is.

In mijn geval: een opleiding volgen is een ‘moeten’, want ik heb ooit de boodschap gekregen dat ik goed was als ik naar school ging, en dan kreeg ik de liefde van mijn ouders die ik nodig had om te overleven. Dit is dus een stuk uit mijn vroege jeugd, om precies te zijn groep 3, toen ik daar nog van afhankelijk was. En aangezien ik ‘moest’ van mijn ouders, en ik afhankelijk was van hun liefde en zorg, hadden ze het beste met me voor. Iets anders te geloven zou te pijnlijk zijn. Dat zou betekenen dan mijn ouders niet van me hielden, en dat toe te laten in mijn realiteit zou de dood betekenen. En dus moest elke schoolse autoriteit wel kloppen. Mijn ouders hadden immers het beste met me voor. Ik speelde mijn enige troefkaart uit en sloot een compromis: ik vind het prima om een set regels te volgen, maar dan moeten die wel kloppen. Zo van: ik lever nu mijn autoriteit in, maar dan moet de andere autoriteit wel kloppen! Wat dus als die autoriteit niet klopte? Dan klopte ik niet. Want ik had er een probleem mee, maar aangezien ik dood zou gaan als ik dat toegaf (volgens mijn onbewuste redenering), moest het probleem bij mij liggen. Als nu, anno 2017, een docent iets tegen me zegt dat net niet afgelijnd is, raakt me dat diep. Dat komt voort uit deze wond. Het betekent, kortweg, dat mijn ouders niet van me houden, en dat staat gelijk aan de dood.

Daarom zei ik aan het begin van deze blog dus dat ik hierover ‘moest’ ventileren. Het was (door bovenstaande wond uit het verleden) een zaak van leven en dood, en het woordje ‘moeten’ drukte die op dat moment nog onbewuste lading behoorlijk goed uit! Als ik daar een slap ‘mogen’ op had geplakt (ik mag even ventileren) had dat niet de energie uitgedrukt die ik uit wilde drukken en was mijn energie daardoor verstrooid geraakt in plaats van gekanaliseerd en gefocust. Dan was mijn emotie gecensureerd, en mijn staat van zijn geïnvalideerd. Dan had ik mezelf dus een stap verder van heling gebracht, in plaats van een stap dichterbij. Zo krachtig is taal. Het kanaliseert of verstrooit energie. En als je het op de juiste manier, vanuit de juiste hoek, kanaliseert, dan ontstaan er pas regenbogen! (Van die eenhoorns weet ik het niet.)

Ik zeg dus: gebruik alsjeblieft de woorden die je wil gebruiken! Vergeet alle conditioneringen over spiritueel woordgebruik, wees je ervan bewust welke woorden jouw energie uitdrukken, onderzoek voor jezelf wat de waarde is van woorden als ‘moeten’, ‘proberen’ en ‘maar’, en gebruik die dan ook. Zonder bang te zijn dat de spirituele politie je gaat pakken, want die politie is immers slechts een weerspiegeling van de issues met controle die je al in je hebt. En issues met controle zijn in deze wereld legio. Aangezien ons systeem gebaseerd is op controle. Het is deel van deze wereld. Elk kind heeft wel eens een issue met de controle van verzorgers/school gehad, en dus draagt elke volwassene die wonden met zich mee. Door het suikerlaagje van spiritueel taalgebruik (lees: taalmishandeling) is het makkelijk om daaraan voorbij te gaan. Maar het kan ook een wegwijzer zijn, als je het woord ‘moeten’ gebruikt, om te kijken waarom je dat woord gebruikt. Zonder het te veroordelen. En dat was precies wat die docent aan mij duidelijk wilde maken, alleen deed hij dat op zo’n manier dat ik me erdoor geïnvalideerd voelde, wat tot deze blog heeft geleid. Dat heet dan weer, in spirituele taal, een ‘cadeautje’. (Getver.)

*Of misschien doe ik dat wel in een volgende blog in de serie ‘spirituele taal’.

No comments yet

Leave a Reply

You may use basic HTML in your comments. Your email address will not be published.

Subscribe to this comment feed via RSS