Skip to content

Openstaan voor hulp

Ik heb de neiging me af te sluiten voor de wereld om me heen, uit angst voor overweldiging. Als ik overweldigd word, heb ik namelijk de neiging uit mijn lichaam te gaan. En uit mijn lichaam gaan, écht uit mijn lichaam, staat gelijk aan sterven. En dat is eng. Ik ben niet zozeer bang om te sterven (lijkt me heerlijk, eigenlijk, het hiernamaals) maar als ik sterf, heb ik mijn levensdoel niet vervuld. En dan heb ik gefaald.

Faalangst.

We zijn allemaal mensen. We zijn allemaal imperfect. We mogen fouten maken. We zijn onze fouten niet. Onze acties zijn wellicht niet zo handig, maar we deden ons best. Mensen met faalangst doen altijd verschrikkelijk hun best. Het is zo lief. Ze zijn vaak erg aardig. Zo aardig, dat ze anderen willen helpen. De wereld lijkt te hard voor deze mensen: waarom helpt de wereld niet eens een keertje terug?

Maar omdat we de neiging hebben om gesloten te zijn, staan we niet helemaal open voor hulp van anderen.

Ik geloof dat liefde ons levensdoel is. Welke vorm het ook aanneemt, om in liefde te zijn, dat is het ultieme doel dat we hier op aarde hebben. We hebben allemaal heel veel liefde in ons, een vonkje goddelijkheid, de druppel die de hele oceaan bevat. Deze zelfliefde te bevrijden, dat is de sleutel. Alle problemen komen voort uit een gebrek aan zelfliefde. Als je alle laagjes van een probleem hebt afgepeld, door het antwoord in jezelf te zoeken, zul je uiteindelijk uitkomen op een klein stukje in jezelf dat nog niet genoeg liefde krijgt.

Onze natuurlijke reactie op kwetsuren is keihard, onbelemmerd huilen. Dit zie je bij kinderen. Ze vallen en ze huilen. Bam. Tot ze klaar zijn met huilen, en vrolijk verder spelen. Niets meer van over.

Wij leren om deze natuurlijke stroom van emotie (e-motie = in beweging) te remmen, aan te passen. En zo komt laagje op laagje bovenop dat kwetsuur.

Hoe kunnen we worden gekwetst? Als iemand zegt: je bent niet goed genoeg, en je gelooft dit, omdat je van deze persoon houdt. Het is zo lief. Je wilt gewoon niet twijfelen aan deze persoon. Dus je gelooft dat je niet goed genoeg bent. En daarbovenop ontstaat angst, woede, twijfel, onzekerheid, schaamte, schuldgevoelens, etcetera. Allemaal emoties die een tandje bijzetten om jou te laten luisteren naar dat stukje diep in je dat je hulp nodig heeft. Emoties zijn de taal van de ziel.

Als je jezelf gaat helpen en je oog van liefde richt op al deze kleine ikjes in jezelf, die zo hard je liefde nodig hebben, dan sta je tevens meer en meer open voor hulp van buitenaf, en kun je meer en meer andere mensen helpen.

Faalangst wordt dan een leerweg, een thema. Je maakt een fout, wellicht bezeer je je, wellicht voel je pijn, en daarna heb je weer wat geleerd. Je zult de fout niet opnieuw maken en je kunt anderen helpen om dezelfde fout niet ook te maken.

Als je openstaat voor hulp, sta je open om fouten te maken. Om je te realiseren dat je deze fouten niet bent, maar ze te gebruiken als middel om je zelfliefde te vermeerderen. Lichtje na lichtje te werpen op de schaduwkant. Niet omdat die schaduwkant nou zo nodig getransformeerd moet worden – die mag er ook best zijn en is heel interessant – maar omdat het de natuurlijke beweging van de liefde is zich te vermeerderen. Er is namelijk geen limiet aan de liefde. Wat moet het heerlijk zijn om God te zijn. Kun je je dat voorstellen?

Dat ben jij.

No comments yet

Leave a Reply

You may use basic HTML in your comments. Your email address will not be published.

Subscribe to this comment feed via RSS