Skip to content

In contact

Het is weer eens tijd voor een blogbericht. Ik was er twee weken geleden al aan begonnen, maar ik voelde dat het nog niet rijp was voor publicatie. Er is daarna ook nog veel gebeurd. Eindelijk zit ik weer in wat rustiger vaarwater nu en kan ik concluderen dat het wat teweeg brengt om in contact te zijn.

Het is geen bemoedigende boodschap, maar toch wil ik ermee beginnen. Als je in contact bent met jezelf, of beter gezegd; als je in contact raakt met jezelf nadat je een lange tijd gewend bent geweest om uit contact te zijn, dan verlies je het contact met sommige mensen. Harder gezegd: je raakt mensen kwijt. In contact zijn betekent immers dat je jezelf voelt en je grenzen voelt. Langzaam word je zelf belangrijker dan al die anderen, je gaat vaker ‘nee’ zeggen en komt vaker voor je mening op. Soms betekent het zelfs dat je het contact met iemand afwijst. Ik wist twee maanden geleden waar ik me aan weidde. Ik was verdrietig, omdat ik afscheid nam van het leven dat ik geleid had. Ik wist dat ik niet meer altijd veilig iedereen tevreden kon houden, maar dat ik soms de confrontatie op zou moeten zoeken en dat niet iedereen daar blij mee zou zijn. Wat ik niet wist, was dat de eerste persoon die ik kwijt zou raken dezelfde persoon was die me ertoe aan zette om dit allemaal te doen: mijn vriend.

Ik had geluk dat ik tijdens dit moeilijke proces nog therapie volgde. Mijn therapeut vertelde me over hoe mensen in liefdesrelaties vaak tegen elkaar aan leunen, waarbij één of beide partners omvallen als de verbinding verbreekt. Ja, herkenbaar… We deden een oefening waarbij we met de ruggen tegen elkaar aan gingen staan en het contact voelden met de ander, máár daarbij op eigen benen bleven staan en het eigen lichaam bleven voelen. Later deden we een vrij heftige oefening. We gingen op een stoel zitten tegenover elkaar en keken elkaar recht aan. De opdracht was om contact te maken met de ander. Dus geen staarwedstrijdje, maar echt kijken en zien, en, misschien nog wel belangrijker, jezelf laten zien. Ondertussen speelde er muziek op de achtergrond en moest ik de muziek tot me door laten dringen. Binnen een paar seconden voelde ik me emotioneel worden en daar voelde ik me erg stom bij. Ik verbrak af en toe het contact (gaf mijn grens aan), maar ik maakte ook contact. Hoewel het moeilijk was, was het ook erg mooi. De ietwat afstandelijke, moeilijk peilbare man waar ik me niet helemaal bij op mijn gemak voelde was veranderd in een prachtig, warm, gevoelig en liefdevol mens. Ik zag ook bij hem tranen, en een glimlach, maakte verbinding met wie hij echt was.

Het verdriet en deze oefeningen hebben me getriggerd. Het was erg moeilijk om mezelf te voelen toen de wond vers was, maar door het toch te doen merk ik dat het sneller heelt én dat ik me makkelijker verbind met mensen. Eigenlijk is het heel simpel: je voeten, benen en buik voelen wanneer je met mensen praat, en ze aankijken. Dan gaat het goed. Het is alleen de kunst óm ze te voelen, maar je gaat ze steeds meer voelen als je met enige regelmaat mediteert (=observeren wat er allemaal in je gebeurt).

Wat ikzelf geneigd ben te doen is om vervolgens te denken: ik wil meerrr! En dan ga ik me vastklampen, aan personen, aan relaties of aan bijzondere momenten, want ik wil dat fantastische gevoel van verbinding weer hebben en ik denk dat die ander daar de bron van is. Daar loop ik al jaren tegenaan. Maar het is nooit die ander of dat moment geweest die me dat gevoel heeft gegeven. [Cliché alert] Het zat gewoon altijd al in mezelf. En juist dat streven naar heeft me uit contact gehaald. Hier ben ik intussen een boek over aan het lezen en wil ik nog wat verder op in gaan in een volgend blogbericht.

Helaas zit de therapie er voor me op, omdat mijn therapeut met de vut is gegaan, maar gelukkig heb ik nog net een paar belangrijke dingen van hem geleerd en een bijzondere ervaring opgedaan. Hoewel ik mijn eerste blogbericht getagd had met ‘psychosomatische fysiotherapie’ was dit dat eigenlijk niet. Mijn therapeut was gewoon een beetje rebels. Ik zal dit bericht taggen met wat termen die beter passen.

 

No comments yet

Leave a Reply

You may use basic HTML in your comments. Your email address will not be published.

Subscribe to this comment feed via RSS